leerlingbegeleiding

Leerlingbegeleiding op het Montessori College Twente
Kleinschaligheid hoort bij onze individuele benadering en begeleiding van leerlingen. In een sfeer van gelijkwaardigheid en wederzijds respect lukt het de leerling (met extra aandacht) om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Ons doel als school is daarbij in de eerste plaats om kennis en vaardigheden bij te brengen, tegelijkertijd vinden we het belangrijk dat onze leerlingen opgroeien tot zelfstandige, tolerante mensen met gevoel voor eigen verantwoordelijkheid en met kennis van eigen kunnen.

De sfeer
Iedereen in school dient geaccepteerd te worden, dit heeft niet alleen betrekking op de verhouding docent – leerling maar ook op die tussen de leerlingen onderling. Een leerling kan te allen tijde een beroep doen op de docent: er is altijd ruimte voor extra uitleg, hulp of een gesprek. De docenten benaderen de leerling als helper / begeleider. Dit is in onze school zichtbaar aan de prettige manier waarop leerlingen met elkaar en met de docenten omgaan. Gezamenlijk werken leerlingen en docenten aan het vergroten van de zelfstandigheid en zelfverantwoordelijkheid van de leerling. Voor een succesvol verloop van de studie is tevens betrokkenheid, belangstelling en het betrekken van ouder(s)/verzorger(s) in dit proces bijzonder belangrijk.

Begeleiding
Voor leerlingen is de mentor de belangrijkste persoon in school. Deze staat als begeleider dichtbij “zijn” leerlingen. Hij/zij leert hen om te studeren, onderhoudt de contacten met ouder(s)/verzorger(s) en helpt bij eventuele problemen en/of creëert gezamenlijk ruimte voor de ambitie.
Bovenal zorgt de mentor ervoor dat hij goed op de hoogte is van de leervorderingen en de ontwikkeling van zijn leerlingen. De mentor neemt geen verantwoordelijkheid van de leerling over, maar legt deze juist bij de leerling. Daarbij is het van groot belang dat er een vertrouwensband is tussen de ons als school, de mentor, de leerling en de ouder.Leerlingbegeleiding in de les
Uit het dagelijks handelen van ons gehele team spreekt de overtuiging dat de uitvoering van begrippen als vertrouwen, respect voor elkaar en veiligheid in de organisatie alle aandacht hebben.

Door de gekozen werkwijze – langere lestijden (60 minuten) en taak gestuurd onderwijs – is de lestijd verdeeld in afwisselend klassikale, individuele en groepsmomenten. Er is door deze organisatievorm ruim tijd voor de docent om de individuele leerling te volgen en te begeleiden.

Mentorlessen
De mentoren hebben naast hun vaklessen ook wekelijks hun klas of mentorgroep voor een algemener programma bij elkaar: de mentorles (onderbouw) of het mentoruur (bovenbouw). Omdat een goede werkhouding belangrijk is voor het succesvol afronden van de studie, besteden de mentoren hieraan veel aandacht. Ook ligt er een belangrijk accent op de ontwikkeling van sociale vaardigheden. In projectvorm wordt o.a. aandacht besteed aan de ontwikkeling van het sociaal-emotioneel gebied zoals bijvoorbeeld: normen en waarden. Bovendien leren onze leerlingen in deze mentorlessen hun gevoelens te herkennen en te benoemen.

Het begin
De overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs is voor kinderen een grote stap. Dat blijkt ieder jaar weer. We besteden veel aandacht aan deze overstap. De kinderen moeten gewend raken aan de nieuwe situatie en krijgen daarbij aandacht en zorg van de mentor en het docententeam van de klas. Deze docent kent de achtergronden van zijn leerlingen en draagt zorg dat de overgang zo soepel mogelijk verloopt. Regelmatig vindt er overleg plaats tussen de coördinator leerlingzaken van het betreffende jaar en de mentor. Ook is er structureel elke periode een leerlingenbespreking waar alle docenten van de betreffende klas bijeen komen om als team de leerling en de klas te behandelen.
Doorstroming 
Door goed te observeren wordt in de eerste jaren duidelijk wat iedere leerling kan. Waar zitten de capaciteiten en waar wellicht de valkuilen. Na de eerste twee jaren, met het twee-jarige mentoraat waarbij leerlingen bij dezelfde mentor blijven, stromen leerlingen door naar het niveau dat bij hem/haar past.
Begeleiding vanaf leerjaar 3
De individuele begeleiding. De mentor, zoals we die in het eerste en tweede leerjaar kennen, speelt ook in de hogere leerjaren een centrale rol als begeleider en eerste aanspreekpunt van de mentorklas/mentorgroep.
Binnen het Montessorionderwijs is het volgen van de leerlingen van essentieel belang. De mentor heeft tijd en aandacht om zich intensief met zijn klas/groep te bemoeien, mede daardoor ontstaat er een vertrouwensrelatie. De mentor houdt de studieresultaten en de ontwikkeling van zijn leerlingen op sociaal-emotioneel gebied in de gaten en zal in eerste instantie de contacten met de ouders onderhouden.
Omgaan met verschillen
Niet elke leerling doorloopt op dezelfde wijze de school. Waar de één wat over heeft komt de ander wellicht wat te kort. Om aan deze individuele verschillen meer tegemoet te komen dan we klassikaal doen, bieden we het volgende aan:
  • Remedial Teaching: gericht op het wegwerken van tekorten en het leren omgaan met leerhandicaps.
  • Faalangstreductie- en sociaalvaardigheidstrainingen zijn vaste onderdelen in het aanbod aan onze leerlingen.
  • Examentraining: gericht op het begeleiden van leerlingen die onzeker zijn wanneer het gaat over het maken van examens.
Loopbaanbegeleiding en de decaan
Er moeten in de schoolloopbaan van de leerling een aantal keuzes gemaakt worden, bijvoorbeeld na het tweede jaar de definitieve niveaukeuze en later het kiezen van het eindexamenpakket. In de begeleiding van deze keuzes is naast de mentor de decaan nauw betrokken. De decaan is de functionaris die vanuit haar opleiding op de hoogte is van alle mogelijke vervolgopleidingen en de toelatingseisen die daaraan verbonden zijn. 
Ook weet zij welke vakkencombinaties/profielen nodig zijn voor de diverse opleidingen. Bovendien weet ze als geen ander hoe ingewikkeld het voor leerlingen is om een keuze te maken voor de juiste vervolgopleiding.

Vandaar dat we al vroeg beginnen met het begeleiden van dat keuzeproces. Al in klas 2 mavo/havo en in klas 3havo en 3vwo zal de decaan samen met de mentoren en de coördinator leerlingzaken voor de leerlingen een loopbaan oriëntatieprogramma verzorgen. Op dat moment begint voor leerlingen het bewustwordingsproces: hoe kies je, wat zijn je mogelijkheden, waar liggen je interesses?
In leerjaar 3 zal de nadruk vooral liggen op het kiezen van een vakkenpakket. In de klassen 4, 5 en 6 wordt dit proces voortgezet en ligt de nadruk op het kiezen van een vervolgopleiding / beroep.

Voor de ouder(s)/verzorger(s) van onze leerlingen verzorgt de decaan voorlichtingsavonden over de loopbaanoriëntatie en individuele gesprekken die uw zoon/dochter verder op weg helpen.
Zoals bij de uiteindelijke vakkenpakketkeuze/profielkeuze wanneer de decaan gesprekken voert op maat met leerling en ouder. Bovendien is de decaan, die beschikt over uitgebreide en actuele informatie inzake vervolgopleidingen, voor leerlingen en ouders altijd te raadplegen en te benaderen. De decaan onderhoudt ook nauw contact met de Twente-Geldergroep: een overkoepelende instantie op het gebied van begeleiding in studie en beroep. Dé decaan contacten met andere instellingen die van belang kunnen zijn bij het maken van een (studie)keuze. 
Voor het goed functioneren van de loopbaanoriëntatie zijn een goed samenspel en een goede verstandhouding tussen u als ouder/verzorger en ons als school van groot belang.
In onze vestiging wordt deze decaanfunctie vervuld door: 

Extra basisondersteuning
Voor een aantal leerlingen zijn er extra interventies nodig. Te denken valt aan:

  • Trainingen, Z+, sociale vaardigheden ,E+
  • Dyslexie coaching
  • Counseling
  • Plan van aanpak leerling

Trainingen
Wij als Montessori College Twente bieden drie type trainingen aan:

  • Z+ training
    Deze vorm van begeleiding (zekerheidstraining), wordt structureel in onze schoolorganisatie aangeboden.
    De Z+ training is bedoeld voor leerlingen, die in het onderzoek naar welbevinden en motivatie in school (1e leerjaar, begin november) aangeven dat ze last hebben van faalangst, waardoor ze minder presteren dan waar ze op grond van hun capaciteiten toe in staat zouden zijn. Ook blijkt soms uit de gesprekken met ouders of basisschool dat het goed is te werken aan een verbetering van het zelfvertrouwen en het zelfconcept. De training wordt voorafgegaan door een voorlichtingsbijeenkomst voor de betreffende ouders. Er wordt dan verteld wat we gaan doen tijdens het trainingstraject. Na afloop vindt er een evaluatie plaats met de leerlingen en ook met de ouders. Deze training start in oktober en wordt gegeven door een speciaal opgeleide docent van onze school.Er zijn 8 bijeenkomsten die meestal plaatsvinden onder de les of tijdens een van de keuzelessen. Soms kan een training na schooltijd plaatsvinden. De planning vindt zoveel mogelijk plaats in overleg met de leerlingen. Faalangst gaat meestal niet over. Maar we leren de leerlingen trucjes en vaardigheden waardoor ze minder last hebben van faalangst. In een groep zitten ongeveer 6 tot 8 leerlingen zodat er voldoende aandacht is voor elke leerling. In februari start er opnieuw een groep.
  • Socialevaardigheidstraining
    Leerlingen voor wie de omgang met anderen niet vanzelfsprekend is bieden we een training aan. Op basis van gegevens van de basisschool en uit eigen onderzoek selecteren we leerlingen hiervoor. Leerlingen leren aan de hand van onderwerpen als bijvoorbeeld een praatje beginnen, kritiek geven, hoe ze op een ontspannen manier deze in de praktijk kunnen brengen. Na indicering voor deze training volgt er een intakegesprek. In overleg met leerling en ouders stellen we vervolgens een groep leerlingen uit klas 1 en 2 samen. De bijeenkomsten zijn gedeeltelijk onder lestijd, maar ook voor een deel na schooltijd. Motivatie voor de training is van belang. Deze training wordt gegeven door Gerrit Hammink en Lineke Visschedijk.
  • E+training
    Bij een examentraining, de E+ training ,bieden we een aantal instrumenten aan om stress tegen te gaan. Er zijn tien tot twaalf bijeenkomsten per groep. We werken met groepen van zes of zeven leerlingen.Voorwaarde en een belangrijk onderdeel van de training is het organiseren van jezelf: plannen en leren. De E+ training is een bewustwordingsproces dat waardevol voor je hele leven kan zijn. Het doel is je sterke punten te gebruiken om stress te verminderen of ermee leren omgaan. Het kan zijn dat faalangst nooit overgaat; des te belangrijker dat je instrumenten aangereikt krijgt om ermee om te gaan.

Dyslexieondersteuning
Leerlingen met een dyslexieverklaring kunnen in aanmerking komen voor extra ondersteuning door een dyslexiecoach. Samen met de coach wordt aan het begin van het schooljaar besproken van welke faciliteiten de leerling gebruik wil maken. Dat kan zijn: extra tijd bij toetsen, aangepaste beoordeling bij toetsen van moderne vreemde talen en Nederlands in de onderbouw, in de les werken met een eigen laptop, gebruik maken van digitale boeken, toetsen mogen maken op de computer. Alle vakdocenten worden hiervan op de hoogte gebracht zodat rekening gehouden kan worden met elke individuele leerling.

De dyslexiecoaches begeleiden de leerlingen in de loop van het schooljaar individueel naar de behoefte van de leerling. Daarnaast verzorgen ze groepslessen met thema’s zoals: woordjes leren, samenvatten, ICT voor leerlingen met dyslexie, e.d. Het doel van deze begeleiding is dat de leerling leert zelf handiger om te gaan met deze ‘handicap’. Daarbij wordt nadrukkelijk initiatief van de leerling verwacht.

Counseling
Extra interventie op sociaal/emotioneel gebied.

Aan leerlingen voor wie de basisondersteuning van de mentor niet voldoende is, bieden we als school een extra interventie aan. Deze extra interventie wordt geregeld en verzorgd door het interne zorgteam (klein zat). Het intern zorgteam bestaat uit de zorgcoördinator, de counselors en een (school)maatschappelijk werker en komt eens per twee weken bij elkaar.

Een leerling die zorg nodig heeft kan door de mentor en/of teamleider worden aangemeld bij de zorgcoördinator door middel van een begeleidingsformulier (zie bijlage 6). Een leerling met een hulpvraag kan ook rechtstreeks naar een counselor gaan, die hem / haar vervolgens aanmeldt bij het interne zorg adviesteam. Leerlingen die extra zorg nodig hebben moeten dus altijd eerst in het zorgteam worden besproken.

In Magister registreren we de voortgang en op de ELO (elektronische leeromgeving ) is zichtbaar voor de coördinator leerlingzaken welke leerlingen gedurende het schooljaar langskomen en met welke problematiek. De problematiek vermelden we heel globaal.

De interne leerlingbegeleiding kan ertoe besluiten advies over de leerling te vragen aan deskundigen uit verschillende disciplines (ZAT). Ouders moeten hiervoor telefonisch of in een gesprek toestemming geven.

Extra interventie didactisch en sociaal-emotioneel:

Plan van aanpak
Als een leerling opvalt door zijn tegenvallende resultaten en/of omdat hij niet de juiste werkhouding laat zien kan de mentor in samenspraak met de zorgcoördinator besluiten een plan van aanpak te maken.

Het is de bedoeling dat de leerling zelf zijn doelen formuleert in samenspraak met zijn mentor. Ouders ondersteunen dit plan en de leerling geeft samen met zijn mentor aandachtspunten aan voor leraren. De zorgcoördinator bewaakt dit proces.

Dit plan wordt op een afgesproken tijd opnieuw bekeken en waar nodig bijgesteld. Ook bij rapportvergaderingen kan dit plan besproken worden.

Extra ondersteuning:

Rouwverwerking
De rouwverwerkingsgroep is een groep leerlingen die een verlies binnen hun gezin (vader, moeder, broer of zus) hebben meegemaakt. Doel van de bijeenkomsten is om de leerlingen laten zien en ervaren dat zij niet de enigen zijn in een rouwsituatie. Leerlingen ervaren de steun van schoolgenoten.

De groep wordt begeleid door twee, speciaal hiervoor opgeleide, leerlingbegeleiders. Deelname aan de groep is uiteraard op vrijwillige basis, maar vanwege de veiligheid binnen de groep, niet vrijblijvend.


Speciale onderwijsbehoefte: begeleiding op maat
Daarnaast ondersteunen we leerlingen met een speciale onderwijsbehoeften. We vragen ouders wel naar een psychologisch rapport . Dat dient als verantwoording voor de extra ondersteuning. Deze leerlingen worden individueel of in groepjes begeleid door leerlingbegeleiders.

Voor deze leerlingen maken we een OPP   (Ontwikkelings Perspectief Plan). We maken met de leerling en de ouders een PvA (plan van aanpak) waarin we de ondersteuning die moet worden geboden vertalen naar een document voor docenten met aanwijzingen en tips.

Z + training
U vindt hier de pdf versie van de powerpointpresentatie van de ouderavond Z+.

Ondersteuningsprofiel
U vindt hier de pdf versie van het ondersteuningsprofiel van het MCT.